Waarom is het zo eenzaam aan de top?

Zou het niet geweldig zijn als een bestuursvoorzitter van een (semi)publieke instelling zijn dilemma’s en vragen deelt met zijn team, zijn medewerkers, zijn toezichthouders en (desnoods) zijn klanten? Zouden de inzichten en tips van al deze belanghebbenden niet leiden tot een veel mooiere en betere organisatie?

Het lijkt logisch. Meer delen leidt tot zorgvuldigere afwegingen en dus een beter resultaat. Waarom doet een algemeen directeur of bestuurder dat dan niet gewoon?

Het ongemakkelijke antwoord is: omdat dat niet kan. Als de eindverantwoordelijke manager zijn onzekerheden toont, dan ligt chaos op de loer. In het MT ontstaat onrust, discussie over de koers en op zijn slechtst een machtsstrijd.

De toezichthouders willen best een (1!!) keer meedenken, maar vinden toch ook dat de bestuurder is ingehuurd om de problemen op te lossen. Als hem dat niet lijkt te lukken, ontstaat twijfel. Hebben ze wel de juiste persoon aangesteld.

En de collega’s dan? Die zitten toch in hetzelfde schuitje? Natuurlijk willen die wel meedenken. Maar er wordt ook schaarste (geld) verdeeld. Het zijn dus altijd concullega’s. Als een verwante organisatie in zwaar weer zit, dan kan dat ook positief uitwerken voor de eigen instelling.

En dus is het soms erg eenzaam aan de top. Om die reden hebben veel bestuurders een coach of een “trusted advisor”. Iemand die ze periodiek zien en spreken of eenvoudigweg “onder de knop” hebben. Vaak zijn het consultants van grote bedrijven die deze taak hebben. Een soort van “beste stuurlui”, omdat ze zelf nog nooit op de bestuurdersstoel gezeten hebben.

Gelukkig zijn het steeds vaker oud-bestuurders die deze rol op zich nemen. Na een (groot) aantal jaren zelf aan het roer gestaan te hebben, helpen ze nu anderen. Dat doen ze door te adviseren, maar als het goed is vooral door te luisteren en vragen te stellen.

Een bestuurder is ook maar een mens en het isolement van de functie kan soms zwaar vallen. Het afbreukrisico is hoog en tegelijkertijd zijn de maatschappelijke belangen groot. Een (voor de buitenwereld onzichtbare) steun, die een stukje meeloopt kan daarom een enorm verschil maken.